« Previous
Next »

Wie draait Zwarte Piet nu écht de nek om?

Share this:

Eigenlijk was ik niet van plan om erover te schrijven. Sowieso is m’n blog weer een beetje in de klad gekomen, nadat m’n drie maanden-experiment eerder dit jaar geen vervolg meer kreeg. Moet ik dan zoiets kleinburgerlijks als een Zwarte Piet-discussie benutten om opnieuw te beginnen? Maar wat ik niet in één of twee tweets kwijt kan, zet ik toch maar hier neer.

Het voelde voor mij als een typisch randstedelijke discussie, een beetje in de sfeer van ‘druk maken over dingen die er niet toe doen’, waarmee vooral wannabe-intellectuelen en prachtwijktokkies zich bezighouden. Ik stond erbij en keek ernaar. Maar dat was het dan ook wel.

De gemiddelde Nederlanders snapt nog steeds niks van deze discussie. Aan de ‘man op straat’, wie dat dan ook moge zijn, gaat de discussie volledig voorbij. Daarom blijft Zwarte Piet zo’n beetje overal zwart. In de meeste gemeenten spelen grote zorgen of kleine zorgen, maar zijn het in elk geval zaken die echt raken. Ontvangstcomités van de lokale Sint zouden niet weten waarom ze hun Pieten ineens pimpelpaars of kanariegeel moeten schminken.

Het begon als een semi-intellectuele exercitie van een aantal mensen die niet helemaal doorhadden dat de roots van het Nederlandse Sinterklaasfeest nogal diffuus zijn en dat tradities zich sowieso voortdurend hernieuwen en vernieuwen. Zoals vuurwerk allang niet meer bedoeld is om boze geesten weg te jagen, zo is Zwarte Piet allang geen karikatuur van een ‘negerslaaf’ meer – als hij dat ooit al was. Geen wonder dat de aanval ook verdediging opriep. Destijds.

Maar vandaag de dag is het niet meer de verdediging van destijds. Niet meer de discussie die iedereen minus een enkeling voorbijgaat. Een knap kunstje van de aanjagers ervan, maar ook heel lastig en een beetje griezelig. Want de discussie heeft een nieuwe dynamiek gekregen. Voorstanders van Zwarte Piet zijn inmiddels dogmatische pleitbezorgers van de beproefde en onveranderlijke, zwartgeschminkte kindervriend. ‘Als je tegen Zwarte Piet bent, hoepel je maar op naar je eigen land’. Kortom, het heeft iets losgemaakt waaraan we niet zomaar voorbij kunnen gaan. Toen de discussie begon, werden gewone, nietsvermoedende Nederlanders weggezet als racisten vanwege ‘hun’ Zwarte Piet, inmiddels ontpoppen de pleitbezorgers van Zwarte Piet zich daadwerkelijk als semi-racisten of in elk geval diehard xenofoben.

Misschien moeten ‘wij’, de gewone Nederlanders met ‘onze’ tradities, nu inderdaad maar laten zien dat de discussie nergens over gaat. Als dingen nergens over gaan, gaan ze vanzelf weer over. Dan accepteren we nu een tijdje pimpelpaarse pannenkoekpieten, al dan niet met kaas of stroop, in de gemeenten waar een klein deel van de bevolking dat kennelijk wil. Over een aantal jaar, als de discussie voorbij is, kijken we een beetje meewarig naar deze pogingen om een niet-bestaand probleem op te lossen. En misschien vinden we de toevoeging wel zo aardig dat het een blijvertje wordt. Tolerantie is toch vooral datgene accepteren wat je zelf eigenlijk een beetje stom vindt?

Maar dat gaat niet gebeuren. Want de discussie gaat wél ergens over. Namelijk over ‘onze’ identiteit en de schrale invulling die we anno 2014 daaraan geven. Voorstanders zijn pleitbezorgers geworden van een Nederlandse identiteit die niet veel meer inhoudt dan een potje zwarte schmink – en dat soort perifere uitingen. Kleinzielig en naargeestig. Moet ik op zo’n traditie dan trots zijn? Wie draait Zwarte Piet nu eigenlijk écht de nek om?

Wat mij betreft knikkeren we zowel de tegenstanders als de pleitbezorgers van Zwarte Piet in de zak van Stroopwafelpiet, omdat ze uiteindelijk heel veel gemeen hebben. En dan heeft ieder dorp en elke stad zijn eigen feest voor iedereen. Met of zonder Stroopwafelpiet.

Other Posts

« Previous
Next »

Leave a Reply

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *