« Previous

Straatkrant

Share this:

‘Goedemiddag meneer’, knikte me ze vriendelijk toe. Een zeker enthousiasme leek haar niet vreemd te zijn op deze zonovergoten vrijdagmiddag. Terloops wierp ik een blik op het stapeltje kranten dat ze beethield. Uitnodigend bijna. ‘Weer een nieuwe’, dacht ik in het voorbijgaan, want ik kende de titel niet (en ben ‘m inmiddels vergeten). Toen ik een kwartier later met handen vol verjaadagsvoedsel de Albert Hein weer uitliep, begroette ze me opnieuw enthousiast. ‘Goedemiddag meneer’, alsof ze al niet hetzelfde had gezegd even daarvoor. Ik liep snel door, ongemakkelijk als zulk soort mensen zijn.

Tot zover heeft iedereen wel eens zo’n ervaring. Meestal gaat het dan als volgt verder, soms ook in columns. We voelen ons niet helemaal senang bij straatkrantverkopers, maar hen stelselmatig negeren geeft ook geen goed gevoel. Dus besluiten we op een zeker moment toch maar zo’n krantje te kopen, ook al belandt het ding nauwelijks gelezen in de papierbak. Wat verder niet meer ter sprake komt is dit: voor de weken of maanden daarna hebben we onze plicht weer afgekocht en groeten we slechts vriendelijk terug. Maar mensen die nooit een krantje kopen, geven we een broederlijke vermaning. ‘Het zijn toch je naasten, hè’.

Misschien heb ik ooit één keer een straatkrant gekocht. Waarschijnlijk op Hoog Catharijne, in elk geval niet in Werkendam want dat voelt een beetje gênant. Je zou maar een goede bekende tegenkomen. Dan zie je ze bijna denken: ‘Die Kees wil vast de gulle jongen uithangen.’ Liever in de anonimiteit, die éne schamele keer.

Het is maar een paar euro, dus het geld is het niet. Net als bij het zoveelste goede doel dat in korte tijd een beroep op je portemonnee doet. ‘Het is uiteindelijk maar drie cent per dag, meneer’. Lastig, want wie is er niet gevoelig voor. Toch zeg ik vaak nee – al draagt de drammerigheid van de gemiddelde marketeer daar zeker aan bij. Los daarvan, je kunt niet overal aan geven, toch?

Ik realiseer me dat zo’n enthousiaste straatkrantverkoper symbool staat voor een oneindig terugkerend dilemma. Tussen druppel-op-een-gloeiende-plaat en je-kunt-niet-de-hele-wereld-op-je-nek-nemen. Met daarboven het zeurende ‘Wie één mens redt, redt een hele wereld’, als een zwaard van Damocles om ons geweten te pijnigen.

Misschien kan ik deze blog beter uitprinten en aan enthousiaste straatkrantverkopers geven. Dan snappen ze ook hoe groot het dilemma kan zijn van al die passanten die soms af en toe, soms vaak en heel vaak nooit iets kopen. Ze zullen begrijpen dat het voor ons ook moeilijk is.

Blijft alleen even de vraag staan of ik dit in Werkendam, of in Utrecht op Hoog Catharijne doe.

Other Posts

« Previous

There is 1 comment. Add yours.

  1. bertina

    Ik koop nooit het straatkrantje, maar geef regelmatig voedsel.
    En dit doe ik gewoon in werkendam 😉
    Ook deze mensen moeten eten….

Leave a Reply

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *