« Previous

Onweer

Share this:

In de nogal epische uitzending van Knevel en Van den Brink op 6 juni 2008 sprak Maarten van Rossem de weinig verfijnde woorden ‘Donder toch op met dat sportnieuws en doe dat voor mijn part op een aparte zender’. Hij hekelde het voetbalnieuws dat in WK- of EK-tijden ‘als een soort schimmel’ alles overwoekert en zelfs het publieke net volkomen domineert.

Ik zou dat niet snel op deze manier zeggen, hoewel ik zijn analyse volledig deel. Maar ik moest er slechts aan terugdenken toen vorige week de Jumbo in Barneveld het nieuws haalde omdat ze klachten kreeg over de WK-actie van Jumbo. ‘We geven ze op hun donders ‘ kon de taaltoets van enkele klanten niet doorstaan en de winkelleiding besloot in allerijl de bijbehorende ‘juichpakken’ van ‘stylist’ Roy Donders uit de roulatie te halen. Jammer voor al die Barnevelders die dolgraag zo’n juichpak wilden dragen, maar verder heel sympathiek en invoelend richting bezwaarde klanten.

Natuurlijk kan ik genoeg redenen bedenken om juichpakken van Roy Donders zo snel mogelijk uit de handel te nemen. Hoewel over smaak niet valt te twisten, zou ik het alleen al vanuit esthetisch perspectief m’n klanten niet aan willen doen. Dat het onderdeel is van het WK laat ik dan maar buiten beschouwing. Als refo word ik waarschijnlijk bij voorbaat al niet objectief bevonden.

Wat me daarentegen wel verbaasde, was de motivatie van een kerklid uit Kootwijkerbroek, die – heel keurig overigens – probeerde uit te leggen waarom sommige christenen moeite hebben met de uitdrukking ‘op hun donder geven’.  ‘Onweer wordt in onze kringen gezien als ingrijpen van God in de natuur. En daar moet je niet mee spotten. Het besef dat er onweer en bliksem is, staat voor het spreken van God in de natuur. Je moet Hem niet uitdagen. ‘

De Nederlandse taal is doorspekt met uitdrukkingen die verwijzen naar het natuurverschijnsel dat gepaard gaat met harde klappen en lichtflitsen. ‘Op je donder geven’ is daarbij minder verfijnd dan het ‘in Keulen horen donderen’, maar in feite van dezelfde orde. En het ‘gezicht als een onweerswolk’ en ‘als door de bliksem getroffen’ zijn profane gezegdes die zo ingeburgerd zijn dat we misschien niet eens meer beseffen dat ze dus afgeleid zijn van het ‘ingrijpen van God in de natuur’.

En de term onweer, als variant op het onding en het onkruid, is wellicht ook minder geschikt om het natuurverschijnsel dat geldt als metafoor van het spreken Gods te typeren. Dat daargelaten blijft over dat de Barnevelders wat mij betreft een lintje van de koning verdienen in hun pleidooi voor verfijnd taalgebruik en hun verzet tegen ‘koning voetbal’. Voor het geval daar misverstand over bestaat.

 

Other Posts

« Previous

There is 1 comment. Add yours.

  1. Henrico Bassie

    Mag je “Hij geraakte van de regen in de drup” dan ook niet zeggen? Dat gaat toch net zo goed over Gods ingrijpen in de natuur?
    Ik denk, dat donders ervaren wordt als een krachtterm en krachttermen schurken tegen vloeken aan. Daarom zijn velen er tegen. Maar wie gebruikt nooit een krachtterm? Ieder maakt situaties mee waarin hij/zij verbaal wat stoom af moet blazen, gewild of ongewild. Ik vind het als taalliefhebber echt heel leuk om krachttermen te horen / te bedenken, die wel ontladen, maar geen associaties met vloeken oproepen. “Donders en bliksems” vind ik zelf zonder meer kunnen, maar gaat voor anderen te ver. En wat te denken van het “Duizend bommen en granaten” van kapitein Haddock? En hoeveel mensen zeggen (zeiden) niet “Deksels”? Goed of fout?
    Eén van mijn favorieten is “Arrg-listig!” Volkomen onschuldig, maar het lucht altijd wel op.

Leave a Reply

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *