Sociale media – net zo gevaarlijk als het echte leven

Share this:

Het blijft tobben met die social media. Hoewel voor menigeen een bron van inspiratie en gezelligheid, blijft keer op keer de proteststem klinken. Of noem het: een tegengeluid. Maar in ieder geval blijven de sociale media voortdurend onder vuur liggen. Mijn lijfkrant, het Reformatorisch Dagblad, biedt een welwillend podium aan deze geluiden. Hun goed recht natuurlijk en mijns inziens geen enkel probleem. Maar natuurlijk mag ik er dan het mijne van vinden – en schrijven.

Begin februari opende journalist Jacco van der Knijff in een column de aanval op politici, publicisten, presentatoren en predikanten, maar indirect natuurlijk op elke actieve twitteraar. “Blijkbaar is de nieuwe mode dat je, als je mee wilt tellen, ervoor moet zorgen dat je zo veel mogelijk volgers krijgt en per dag zo veel mogelijk tweets de wereld in helpt.” Iedereen die een beetje bekend is met het fenomeen twitter, zal deze conclusie met enige vervreemding en verbazing lezen. Niet omdat er geen mensen zijn die veel twitterberichten plaatsen; ook niet omdat er géén mensen zijn die kicken op veel volgers. Maar Van der Knijff viel in de bekende valkuil om op basis van een karikatuur het fenomeen Twitter kritisch te benaderen.  Maar afijn, dat zij hem vergeven.

Filosofe, literatuurwetenschapster en schrijfster Stine Jensen pakte het serieuzer aan en schreef ter gelegenheid van de Maand van de Filosofie een essay, getiteld  ‘Echte vrienden, over intimiteit in tijden van Facebook, GeenStijl en WikiLeaks’. Het RD wijdde er een kaderartikel aan. Volgens Jensen holt een fenomeen als Facebook het begrip vriendschap uit. “Echte vrienden houden elkaar een spiegel voor en wijzen elkaar op zwakheden, maar dat soort echte vriendschappen levert Facebook niet op. Wel een heleboel tijdrovend gebabbel.” Op Facebook koesteren we het kind in onszelf, meent Jensen.

En gisteren wees de hoofdcommentator van het Reformatorisch Dagblad (opnieuw) op de schaduwzijden van sociale media. De krant – die nog maar heel recent enkele nieuwe twitteraccounts lanceerde – constateert terecht: “Wie oog heeft voor de bezwaren, kan sociale media op allerlei manieren nuttig gebruiken”.  Maar deze opmerking vormt slechts de voorbode van forse kritiek . “Sociale media veranderen het leven in een vitrine die niet alleen een einde maakt aan privacy maar waarin ook geborgenheid en Bijbelse waarden en normen onder druk komen te staan, door dat wat je vrienden terugkrabbelen en tweeten.” Het commentaar sluit af door gebruik van sociale media weg te zetten als egotripperij en imagopoetsen. Niet mis voor een krant waarvan een groot deel van de medewerkers actief is op sociale media.

Kortom: sociale media dragen bij aan egotripperij, uitholling van echte vriendschappen en relaties, doen afbreuk aan noodzakelijk privacy en zetten geborgenheid en (Bijbelse) waarden en normen onder druk, aldus de communis opinio.

Met enig recht kan ik mezelf een vrij actief gebruiker van sociale media noemen. Ik weet dus waarover ik spreek. Maar de genoemde schaduwzijden en kritiekpunten herken ik niet.  Grotendeels zijn ze gebaseerd op een generalisering van enkele problemen die inderdaad kunnen voorkomen. Egotripperij, uitholling van echte vriendschappen en verlies van privacy zijn gebreken van de mensheid die ook buiten de sociale media hoogtij vieren. Als we dan toch met een schuin oogje en een scheef gezicht naar de ontwikkelingen van de laatste decennia willen kijken – de digitalisering in de breedste zin van het woord – dan ligt dáár veel eerder de bron van het probleem. De komst van internet heeft zeker niet alleen pais en vree gebracht, maar ons afhankelijk gemaakt van een onpersoonlijk medium waar we vaak blindelings op vertrouwen. Een medium dat ook nog eens veel tijd opslokt.  Het fenomeen internet biedt daarnaast de mogelijkheid om van minuut tot minuut geïnformeerd te worden. Niet iedereen kan daar goed mee omgaan en er ontstaat zoiets als ‘verslaving’, ook wel infobesitas genoemd.

Dat is het reële gevaar. Sociale media maken deel uit van het wereldwijde web en kunnen dus ook verslavend werken. Maar zoals het internet van onschatbare waarde is, mits je het verstandig gebruikt, kunnen sociale media ook enorm veel betekenis hebben, als je het maar verstandig gebruikt.

Sociale media worden niet voor niets zó genoemd. Facebook, Hyves en Twitter zijn middelen om met elkaar in contact te komen en om nieuwe mensen te leren kennen. Sociale middelen. Anno 1900 deed men dat per postduif, anno 2011 via twitter (de term betekent niet voor niets ‘kwetteren’). Onder scholieren zijn Hyves en MSN mateloos populair. Gek is dat niet.  Wie vijf dagen naar school gaat, elke avond twee uur huiswerk heeft én zijn studie serieus neemt, kan niet elke avond socializen in real life. Hetzelfde geldt eigenlijk voor iedereen met dagelijkse verplichtingen in de vorm van studie of werk en enkele (vrijwillige) nevenactiviteiten. Dankzij sociale media is gezelligheid ‘tussen de bedrijven door’ mogelijk. Of dat een uitholling van echte vriendschappen is? Ik geloof er niets van. Sociale media bieden mogelijkheden op momenten waar voor ‘echte vriendschappen’ even geen tijd en gelegenheid is. En het leuke is dat sociale media juist nieuwe vriendschappen en real life-contacten opleveren. Nee, geen digitale vriendschappen, maar heel echte, zoals die er ook waren in het pre-digitale tijdperk.

Ja, narcistische, egocentrische tweeps zijn er zeker. Buiten de sfeer van sociale media trouwens net zo goed. Het zit immers diep in ons om onszelf belangrijk te vinden? Aantasting privacy? Daar ben ik echt zélf bij. Overigens ook bij de wijze waarop ik mezelf etaleer op Facebook, Hyves of Twitter. Persoonlijke verantwoordelijkheid is leidend voor de wijze waarop iemand op sociale media actief is. Net als in het ‘echte leven’. De werkelijkheid is niet altijd eenvoudig, maar het wordt nu wel heel moeilijk gemaakt. Sociale media zijn net zo gevaarlijk als het echte leven. Maar dat mijden we toch ook niet?

Other Posts

There are 5 comments. Add yours.

  1. Corine

    Helemaal met je eens, Kees!

  2. Dank voor je reactie! Welke Corine is Corine? 😉

  3. Laat maar, ik zie het al. Ik zag eerst de reactie op website, later pas de bijbehorende notificatie per mail.

  4. Beste Kees,

    Vervelend dat de verschillende berichten over social media in het Reformatorisch Dagblad kennelijk verwarring oproepen. Fijn dat je er aandacht aan besteed op je blog (die we vorige week ook het RD overgenomen hebben), want niemand is gebaat bij onduidelijkheid. Hoewel het al even geleden is, wil ik er graag op reageren.

    Hoofdprobleem is volgens mij dat mensen die zelf meer dan gemiddeld actief zijn met Twitter, Facebook of Hyves, er moeite mee hebben als er kritiek geuit wordt op hun favoriete media. Begrijpelijk, maar niet terecht. Juist wie actief is op een bepaald gebied, moet zich realiseren dat hij of zij daar moeilijk onbevangen en onafhankelijk over kan oordelen en geneigd is om bezwaren te bagatelliseren. Anderzijds: voor buitenstaanders en niet-gebruikers is het weer heel lastig om goed zicht te krijgen op de manier waarop nieuwe media gebruikt worden en wat de voor- en nadelen ervan zijn. Dan moet je dus ook voorzichtig zijn met je opmerkingen erover.

    Je kritiek is voor een belangrijk deel gebaseerd op het commentaar in het RD van 4 april (http://bit.ly/guQ7N4). Je eerste punt is dat van verbazing, dat RD/refdag enerzijds zelf actief is op twitter en tegelijkertijd kritiek spuit op het gebruik ervan. Inderdaad, refdag twittert sinds januari 2009, verstuurt eerdaags de 10.000e tweet en enkele tientallen journalisten doen driftig mee op hun eigen account. Maar dat betekent toch niet dat je dan automatisch je ogen sluit voor de nadelen ervan? Voor dat soort tunnelvisie moet een kritisch medium juist op z’n hoede zijn.

    Je doet de schaduwzijden en kritiekpunten af als “generalisering van enkele problemen die inderdaad kunnen voorkomen”. Ongeveer zoals je ook tegen een radio kunt zijn omdat je daar iemand een hersenschudding mee kunt slaan. Daarna verwijs je terug naar de digitalisering en komst van internet in de brede zin van het woord – dat is “de bron van het probleem”: dat maakte ons afhankelijk van een onpersoonlijk medium dat tijd verslindt en tot verslaving kan leiden. Sociale media maken deel uit van internet en dus komen daar ook wel eens zulke problemen voor.

    Deze bewering, dat internet ‘de bron van het probleem’ is, klinkt plausibel, maar is bij nader inzien toch een drogredenering. Het is alsof je bij de ethische doordenking van het medium film zegt dat dat niets anders is dan een reeks snel bewegende foto’s achter elkaar. Een waarheid als een koe, maar iedereen begrijpt dat een film kijken meer met je doet dan snel door een fotoalbum bladeren.

    Natuurlijk is de digitalisering het fundament en de voedingsbodem voor sociale media, maar er is (veel) meer aan de hand. De meeste functies van sociale media zijn al tientallen jaren mogelijk met klassieke internetfuncties als e-mail, bulletin boards, peer-to-peer netwerken, IRC en chatrooms. De combinatie en integratie daarvan binnen één browserscherm maakt ze echter veel toegankelijker en krachtiger. Bovendien is er de overgang van Web 1.0 naar Web 2.0, waardoor gebruikers zelf heel eenvoudig webpagina’s samenstellen.

    Sociale media hebben dus een eigen dynamiek gekregen en verschillen daarmee aanzienlijk van het traditionele internet. Dat is direct duidelijk als je het hebt over privacy: de kans dat je onverstandig met je persoonlijke gegevens omgaat, is veel groter bij het gebruik van Hyves dan van buienradar. En de schade die je aanricht door een dreigtweet te sturen waarin je beweert dat je “die man in #Alphen” gaat overtreffen, is vele malen groter dan door een sms-je met diezelfde inhoud.

    En datzelfde geldt ook voor andere karaktertrekjes als verslaving en tijdconsumptie. Een paar andere negatieve kanten van sociale media noemde ik op het blog van Lennart Aangeenbrug (http://bit.ly/g0F6Df). Over MSN en vriendschappen valt heel wat meer te zeggen, maar daarvoor verwijs ik naar de brochure van Mediawijzer over MSN (http://bit.ly/htynoo). Maar –en daar legde het commentaar in het RD nu juist de vinger bij-: er zijn ook minder opvallende risico’s van sociale media waarvan de gevolgen, net als bij een veenbrand, pas op langere termijn zullen blijken (het egotrippen en imagopoetsen).

    Aan het slot van je betoog sla je de spijker op de kop: “Het zit immers diep in ons om onszelf belangrijk te vinden?” Inderdaad. En sociale media helpen ons daarbij graag een handje, meer dan ‘ouderwetse’ internettoepassingen. Daarom is er reden om terughoudend en voorzichtig te zijn. Want over dat venijnige trekje om onszelf belangrijk te vinden, zegt de Bijbel dat we die eigenschap niet dienen te koesteren maar juist moeten tegengaan: Fil. 2:3: ”Door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven.”

    Natuurlijk betekent dat niet dat je onder geen beding sociale media mag gebruiken. Want, zoals je al zegt: ook in het gewone, echte leven is ons hart eerzuchtig. Wie oog heeft voor de gevaren kan sociale media zeker ook nuttig en betekenisvol gebruikt worden. Maar dat stond ook in het commentaar…

    Steef de Bruijn

Leave a Reply

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *